Stadverwarming en biomassa in Utrecht: niet doen

Het idee was van Groen Links wethouder Lot van Hooijdonk. Om een paar honderd burgers uit te loten en hen drie dagen lang te laten stoeien met een lijst van duurzame maatregelen met als vraag: hoe krijgen we Utrecht in 2030 energieneutraal. Daar kwam een lijst uit met prioriteiten. Deze lijst geldt nu als ‘de gekozen voorkeur van de bevolking’ (0,05 % van de bevolking). De lijst is echter zo vaag dat de gemeente vanaf nu ieder plan dat is afgeleid van deze lijst kan betitelen als ‘gekozen door de bevolking’. De democratie heeft een klapje gekregen.

Hoe vaag de lijst met gekozen maatregelen ook is, duidelijk werd door ‘de bevolking’ niet gekozen voor stadsverwarming en biomassa. Heel verstandig van deze burgers. Maar voor welke maatregelen kiest het college echter in haar ‘duiding’ van deze dagen: voor stadsverwarming en biomassa. We kunnen binnenkort een concept beleidsnota verwachten van eenzelfde strekking. Het college wil de stadsverwarming uitbouwen en het gasnet afbouwen.

Verwonderlijk is het niet. De voorlichting op deze door het college georganiseerde dagen werd verzorgd door o.a. Eneco, Stedin en Ecofys, bedrijven die geld verdienen aan de Utrechtse stadsverwarming. Ecofys verdient als adviesbureau bovendien aan biomassa, want dat is een zeer controversieel onderwerp, dus daar moet heel veel over worden geadviseerd. Eneco heeft momenteel een aanvraag liggen voor een biomassawarmtecentrale op industrieterrein Lage Weide.

Op de burgerdagen is verteld dat stadsverwarming draait op de restwarmte van de elektriciteitscentrale. Warmte die anders wordt weggegooid. Stadsverwarming draait echter maar voor 50 % op restwarmte. Dat komt doordat er niet genoeg restwarmte is. Vijftig procent is natuurlijk niet niks, maar bij het transport naar de huizen gaat zo’n 40 % van de warmte verloren. Weg milieuvoordeel. Tel daarbij op de grote ontevredenheid van de gebruikers van stadsverwarming: de hoge kosten, de verplichte aansluiting, de slechte regelbaarheid, het niet kunnen terugleveren van warmte aan het net.

Duurzaam of niet duurzaam, de stadsverwarming van Utrecht draait voor 100 % op fossiele brandstof. Alleen al om die reden heeft deze geen toekomst. Binnen 35 jaar gaat het gebruik van fossiele brandstoffen immers naar 0. Wie nu nog investeert in stadsverwarming vertraagd dat proces. Maar, zegt o.a. wethouder van Hooijdonk, we gaan de stadsverwarming verduurzamen. We stappen over van fossiele brandstoffen op biomassa en aardwarmte. Met stadsverwarming kun je dat mooi centraal regelen en kun je als stad snel grote stappen maken. Klink aannemelijk maar het klopt niet.

Het gebruik van biomassa wordt door de meeste energie-deskundige sterk ontraden, zeker voor laagwaardige toepassingen als het opwekken van warmte. De belangrijkste reden is dat biomassa nauwelijks tot geen CO2-besparing oplevert en zelfs kan leiden tot een verhoogde uitstoot van CO2. Dat komt doordat er bij winning, teelt en transport van biomassa al veel CO2 vrij komt, en doordat biomassa per hoeveelheid CO2 relatief weinig energie oplevert. Dan is er de verwoestende werking van biomassa op de biodiversiteit, de bodemvruchtbaarheid en een grondgebruik ten nadelen van natuur en het verbouwen van voedsel. Nadelen die worden verergerd doordat er op de wereld volstrekt onvoldoende biomassa beschikbaar is. De vraag is veel groter dan er verantwoord kan worden geproduceerd en daardoor wordt er op zeer grote schaal onverantwoord geproduceerd. Een recent onderzoek (quickscan) van ECN en PBL naar de extra duurzame maatregelen die de overheid kan treffen om te voldoen aan de eis van Urgenda om in 2020 in totaal 25 % CO2 te besparing, wordt over biomassa heel netjes gezegd:

“In het Energieakkoord is een maximale bijdrage van meestook van biomassa in kolencentrales vastgelegd. Belangrijke redenen hiervoor waren grote onzekerheid over de duurzaamheid van de benodigde biomassa en het risico op een lock-in met kolencentrales, terwijl er voor elektriciteitsopwekking schonere alternatieven zijn. Inmiddels zijn er afspraken gemaakt over de duurzaamheid van hout (de belangrijkste bron). Het is zeer lastig gebleken om zekerheid te bieden over de duurzaamheid van de biomassa voor de afgesproken meestook (moeilijk te handhaven). Mogelijk dat er binnen de duurzaamheidsgrenzen nog een beperkte ruimte is voor extra inzet van biomassa, maar deze ruimte zal zeer beperkt zijn.”

Eneco heeft inmiddels een milieuvergunning aangevraagd voor een biomassawarmte-centrale op industrieterrein Lage Weide. In de media pareert Eneco de kritiek op biomassa dat slechts gebruik gemaakt zal worden van snoeiafval uit de omgeving. Dat betekent dat Eneco biomassa wil gaan gebruiken waarvoor geen extra bos wordt aangeplant. Van dergelijke biomassa is bekend dat het geen CO2-winst oplevert. Die biomassa vind namelijk nu al z’n weg naar allerlei vormen van gebruik waar dan weer alternatieven voor moeten worden gevonden. Een groot deel van de biomassa die Eneco wil gaan gebruiken verdwijnt nu al in biomassacentrales elders, bijvoorbeeld in biomassacentrales in Duitsland of in de afvalovens van van Gansewinkel die ook stroom leveren. De C02 winst is daardoor minimaal. Landschapsbeheerders in Utrecht hebben helemaal geen interesse in de verkoop van biomassa uit hun bossen. Het is arbeidsintensief (en dus te duur), het tast de kwaliteit van het bos aan en maakt de bossen minder aantrekkelijk voor recreanten.

De Europese Unie heeft onlangs de hoeveelheid biomassa die verplicht moet worden bijgemengd in benzine en diesel flink teruggebracht. De reden: biomassa blijkt niet duurzaam te zijn. Voor de verwarming van huizen en kantoren in Utrecht is het dan natuurlijk al helemaal niet duurzaam (verwarming is een laagwaardigere toepassing dan transport omdat voor er voor verwarming meer alternatieven zijn). Het kleine beetje biomassa dat in Nederland en elders voorhanden is wordt allang gebruikt. Dat Eneco deze stromen nu tijdelijk naar zich toe trekt is uitsluitend mogelijk doordat ze daarvoor subsidie krijgen.

Dan aardwarmte (geothermie). Dit zou een mogelijkheid zijn om de stadsverwarming te verduurzamen. Maar in Nederland is hier nog nauwelijks ervaring mee. Mag je dan toch nu al een systeemkeuze maken waarmee je je voor 60 jaar vastlegt. Natuurlijk niet. Boor die geothermie eerst maar eens met succes aan, daarna kijken we of de stadsverwarming moet worden uitgebouwd, afgebouwd of omgebouwd.

Aanvankelijk had Eneco (voorheen NUON op deze locatie) op Lage Weide nog veel meer plannen met biomassa, maar die heeft Eneco afgeblazen. Eneco motiveert dit besluit met de overweging dat de huidige ontwikkeling uitgaat naar zeer goed geïsoleerde gebouwen en de verwarming van die gebouwen met warmtepompen. Met zulke gebouwen is stadsverwarming niet rendabel. Dat komt doordat bij het transport veel van de warmte verloren gaat. Bij weinig warmtevraag wordt dit verlies natuurlijk relatief groter. Conclusie: stadsverwarming is alleen rendabel zolang gebouwen slecht geïsoleerd zijn.

De gedachte van het college is echter dat goed isoleren in grote delen van de stad niet goed mogelijk is (zoals in het centrum) en dat voor die woningen stadsverwarming voorlopig een uitkomst is. Zo mag je echter niet redeneren. Over 35 jaar bestaat 80 % van de gebouwen nog steeds uit wat er nu al staat. Die kun je bij het duurzaam maken van Nederland dus niet overslaan. Bovendien zie je nu al dat stadsverwarming leidt tot gebrekkig isoleren bij renovatie. En niet in oude woningen in de binnenstad, waar daar zit voldoende geld voor goed isoleren, maar juist op plekken waar isolatie technische en financieel heel goed mogelijk is. Zo heeft woningbouwcorporatie Bo-Ex flats aan de Stanleylaan op Kanaleneiland geïsoleerd tot label B. Doordat stadsverwarming (onterecht) telt als duurzaam levert een aansluiting van deze woningen op de stadsverwarming zomaar een label A op. Er kan dan een hogere huur worden gevraagd vanwege het hogere label terwijl de extra kosten (voor stadsverwarming) bij de bewoners liggen en niet bij de verhuurder. Voor de corporatie is er geen stimulans meer om verder te isoleren. Dat stadsverwarming in gunstige zin meetelt voor het energielabel (tegenwoordig energie-index) is een tamelijk recent verschijnsel maar moet snel weer worden afgeschaft.

Een duurzame toekomst is aan de warmte en aan de warmtenetten. Bijvoorbeeld in de vorm van warmte/koude opslag in combinatie met warmtepompen (met stroom uit zonnepanelen). Dergelijk systemen zijn niet te vergelijken met stadsverwarming. Stadsverwarming is een log systeem uit het verleden. Het verlengstuk van een grote oven waarin kolen, olie of gas word verbrand.

De aardgasleidingen kan de gemeente beter nog even laten liggen (wellicht stroomt er in de toekomst schoon waterstof doorheen). De grote uitdaging wordt het echt goed isoleren van alle gebouwen. Het kleine beetje warmte dat daarna nog nodig is halen we met warmtepompen uit de lucht en uit de bodem. In combinatie met zonnepanelen komt er dan helemaal geen CO2 meer vrij. In 2030 moet een flink deel van zijn gerealiseerd, in 2050 moeten we klaar zijn. Het afbouwen van de stadsverwarming zal dit proces versnellen.

Ondertussen zijn de burgers die waren uitgeloot om ‘op de stoel van de bestuurders’ te gaan zitten flink voor de gek gehouden. Aan democratie door loting zitten meer nadelen dan voordelen, zoals mooi verwoord door Tom van der Meer: “Legitimiteit gebaseerd op kans betekent minder burgerinspraak”.

Foto-impressie van de burgerdagen:

foto

Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *