Commentaar op Energieplan Utrecht – voor RaadsInformatieAvond van dinsdag 15 september 2015

Beste raadsleden,

Graag geef ik u enig commentaar op de ‘duiding’ van het energieplan Utrecht. Mijn commentaar betreft zowel de wijze waarop het tot stand is gekomen als de inhoud. Ik denk dat een stad als Utrecht een veel beter energieplan verdient.

Vriendelijke groeten,
Michel Post
Surinamestraat 51
3531 KJ Utrecht
06-47778693
www.michelpost.nl

Over de wijze waarop het tot stand is gekomen

Het energieplan is op een ondemocratische manier tot stand gekomen. Door een selecte groep burgers het mandaat te geven een plan te maken onttrekt het bestuur zich aan haar verantwoordelijkheid én sluit het bestuur de meeste burgers juist buiten. Het energieplan heeft op dit moment geheel ten onrechte de status van ‘gekozen door de burgers van de stad’.

Niet objectief / niet onafhankelijk
In een proces waar leken uitspraken moeten doen over ingewikkelde zaken hang erg veel af van de informatie die ze vooraf krijgen. Die moet objectief zijn. De informatie die de burgers kregen was in belangrijke mate afkomstig van partijen die belangen hebben bij de uitkomst van het stadsgesprek. Dat waren Energiebedrijf Eneco en adviesbureau Ecofys (beide onderdeel van de Eneco Holding). Eneco wil over enkele jaren op Lage Weide een biomassawarmtecentrale realiseren. De aanvraag voor een milieuvergunning is vorige maand ingediend bij de provincie Utrecht.

Niet transparant
Via de WOB is getracht om de informatie die tijdens het stadsgesprek aan de deelnemers is verstrekt boven tafel te halen en deze ook voor alle andere burgers in de stad en de raadsleden toegankelijk te maken. Tot nu toe is de gevraagde informatie niet verstrekt, ondanks herhaalde verzoeken. Bij normale besluitvormingsprocessen zijn de onderliggende informatie en onderzoeken telkens beschikbaar.

Duiding
Uit de ‘duiding’ door het college komt vooral naar voren hoe weinig een gemeente eigenlijk kan doen om versneld te verduurzamen. Zeer veel is afhankelijk van landelijke wettelijke kaders. Het zou het college sieren dit openlijker te onderkennen in plaats van te roepen dat Utrecht in 2030 klimaatneutraal kan zijn.

Het is jammer te moeten constateren dat juist op een terrein waar de gemeente wél veel invloed heeft er weinig gebeurd. Dat is het terrein van de mobiliteit. Door de aanhoudende groei van het aantal parkeerplaatsen veranderd de stad een spons die steeds meer auto’s in zich kan opnemen. Auto-toegankelijkheid heeft bij de college duidelijk meer prioriteit dan milieu en klimaat. Verderop meer hierover.

Bouwen
Het college wil versneld van start met de realisatie van 0 op de meter woningen en andere klimaat-neutrale concepten in de bouw, en dit regelen via de gronduitgifte. Wettelijk is dat echter verboden (artikel 122 Woningwet) of slechts zeer beperkt mogelijk. Energie-prestaties van gebouwen zijn immers reeds onderdeel van het bouwbesluit en gemeentes mogen daar geen eisen aan toevoegen. Als contracten tussen de gemeente en bouwers niet op basis van gelijkwaardigheid en vrijwilligheid tot stand zijn gekomen, zijn deze ook niet in rechte afdwingbaar. De gemeente is hierin volledig afhankelijk van wat landelijke regelgeving in de toekomst wil toestaan.

Aardgas
Onafhankelijkheid van aardgas is een goed streven. Het weghalen van gasleidingen in de straten is echter voorbarig. Niet alleen omdat de alternatieven nog onvoldoende zijn ontwikkeld, maar vooral omdat in een duurzame toekomst het gasnet juist een belangrijke rol kan spelen. Denk aan het benutten van het bestaande gasnet voor groen gas, bijvoorbeeld gas afkomstig van vergisting van afval of biomassa, of gas gemaakt van elektriciteit uit windmolens, bijvoorbeeld waterstofgas of synthetisch gas (Power to Gas). Power tot Gas kan een belangrijke rol spelen in het opslaan van elektrische energie afkomstig van windmolens. Met het afbouwen van het gasnet sluit je dergelijke opties uit of bemoeilijk je deze. Voor dergelijke systeembeslissingen is het nu nog veel te vroeg. Het afbouwen van het gasnet valt bepaald niet onder de zogenaamde ‘no regret’ maatregelen.

Minder woonlasten
Dat het energiezuinig maken van woningen leidt tot vermindering van de woonlasten is een farce. Daarmee is niet gezegd dat woningen niet geïsoleerd moeten worden. Isolatie is zeer belangrijk en altijd stap 1. Tot nu toe is echter gebleken dat isolatie niet leidt tot minder woonlasten. In ieder geval niet bij huurwoningen. Dat komt doordat de extra huur die mag worden gevraagd voor een goed geïsoleerde woning hoger is dan het lager worden van de energierekening. Huurders worden bij renovatie vaak over de streep getrokken door bij isolatie de huren aanvankelijk weinig of niet te verhogen. Bij mutatie gaan de huren echter fors omhoog. Op het niveau van de stad leidt isolatie daarom niet tot minder woonlasten. Met dat argument moet isolatie dan ook niet worden verkocht.

Het toepassen van het woonlastenwaarborg van de Woonbond biedt tegen bovenstaand probleem geen bescherming want deze heeft alleen betrekking op de huur voor de zittende huurder. Het zou wellicht goed zijn dit waarborg uit te breiden met huur na mutatie.

Het concept van 0 op de meter woningen is nog volop in ontwikkeling maar tot nu toe alleen geschikt voor grondgebonden woningen (eengezinswoningen) uit de jaren ’60 en ’70. In Utrecht zijn veruit de meeste woningen niet van dat type. Tot 2030 zal dit concept daarom nog weinig zoden aan de dijk zetten. Woningcorporaties in Utrecht hebben al aangegeven in het huidige concept van 0 op de meter nog geen brood te zien.

De geldmiddelen die corporaties nodig hebben om woningen energiezuinig te maken zijn hen de laatste jaren door Rijksbeleid volledig uit handen geslagen. Sinds enkele jaren is er de verhuurdersheffing. Vanaf 2016 mag voor hogere inkomens geen extra huurverhoging meer in rekening worden gebracht. En vanaf 2016 krijgen we het passend toewijzen waarbij 90 % van de huurders die recht hebben op huurtoeslag (dat is 75 % van alle huurders) een aanvangshuur moeten krijgen op of onder de aftoppingsgrens (zeg maar 100 euro later). Goed nieuws voor huurders, maar van de corporaties kunnen we de komende jaren alleen verwachten dat ze het minimale aan onderhoud doen en gaan renoveren waar dit niet langer kan worden uitgesteld. De grootste zorg van de gemeente zal zich moeten richten op het dreigende tekort aan sociale huurwoningen. 0 op de meter is binnen deze context helaas een luxe-onderwerp.

Duurzame warmte
Als alternatief voor het maximaal isoleren van (oude) woningen wordt voorgesteld te kiezen voor duurzame warmtelevering. Zowel voor de korte als de lange termijn is dat echter geen oplossing. Voor de korte termijn niet omdat duurzame warmte zeker vóór 2030 niet zal zijn gerealiseerd (zie bij stadsverwarming). Voor de lange termijn (2050) niet omdat het zeer stevig isoleren van alle woningen in de stad in het geheel niet mag worden overgeslagen. Het duurzaam maken van de stad is bijna volledig afhankelijk van het zeer stevig isoleren van alle bestaande woningen. Daar mogen we ons met ideeën over duurzame warmte van vanaf laten brengen. Nieuwbouw is kwantitatief minder belangrijk omdat over 35 jaar 90 procent van de gebouwen nog steeds zal bestaan uit wat er nu al staat.

Bij het duurzaam maken van wijken wordt steeds vaker gesproken over de zogenaamde gebiedsaanpak. Hier moet zeer kritisch naar worden gekeken. Het is prima als de restwarmte van de industrie wordt benut voor het verwarmen van gebouwen als deze warmte anders wordt weggegooid. Voorkomen moet echter worden dat gebiedsaanpak een argument wordt om individuele woningen en gebouwen niet maximaal te isoleren. Helaas gebeurt dat nu al. Flats aan de Stanleylaan zijn door Bo-Ex gerenoveerd tot label B. Door de woningen aan te sluiten op de stadsverwarming hebben deze woningen daarna zomaar label A gekregen. Dat is mogelijk doordat stadsverwarming ten onrechte doorgaat voor duurzaam. De corporatie kan vervolgens extra huur vragen zonder te hoeven investeren in isolatie. De huurder betaalt zowel de extra huur als de dure stadsverwarming. Ondertussen worden niet optimaal geïsoleerde woningen verwarmt met 100% fossiele brandstoffen.

Stadsverwarming
Als een soort collectieve CV-ketel werkt de stadsverwarming tamelijk efficiënt maar als gevolg van warmteverliezen tijdens het transport naar de woningen blijft er van die winst weinig over. Erg duurzaam is stadsverwarming daarom niet. De efficiënte van stadsverwarming wordt vaak afgezet tegen individuele verwarming van woningen met aardgas. Beide systemen zijn echter achterhaald. Gericht op de toekomst kun je stadsverwarming beter vergelijken met verwarming van woningen via een combinatie van zonne-energie, warmtepompen en ondergrondse warmte-opslag (én uiteraard de stevige isolatie). Vergeleken daarbij legt stadsverwarming het qua CO2 volledig af. Simpelweg omdat stadsverwarming voor 100 % draait op fossiel energie.

Stadsverwarming heeft geen toekomst. Om de heel praktische reden dat stadsverwarming is gekoppeld aan elektriciteitscentrales. In het tijdperk van elektriciteit uit zon en wind zullen die niet meer bestaan. Ook zal stadsverwarming de komende jaren snel minder rendabel worden doordat woningen steeds beter geïsoleerd raken en daardoor warmte nodig hebben. De warmteverliezen tijdens het transport zullen dan relatief zwaar op het systeem drukken. Voor Eneco was dat dit jaar (2015) reden om grote investeringen in de stadsverwarming in de ijskast te zetten.

Het probleem met stadsverwarming is dat het alleen rendabel is als woningen slecht geïsoleerd zijn. Daarom zal van stadsverwarming altijd een rem uitgaan richting duurzame innovatie. De bemoeienis van Eneco en Ecofys met het stadsgesprek zijn hiervan in feite al een voorbeeld. Wij van WC-eend adviseren WC-eend.

In de duiding op het energieplan van het college wordt nog voorzichtig gesproken van het ombouwen en verduurzamen van de huidige stadsverwarming. Duurzame warmtenetten gebaseerd op hernieuwbare energie zijn technische echter zó anders van karakter (qua temperatuur, schaal, flexibiliteit, logistiek), dat ombouwen helemaal geen optie is. Op termijn is sloop de beste optie.

Biomassa
Dan is er het idee om de stadsverwarming te verduurzamen door warmte te maken via het verbranden van biomassa. Eneco heeft op dit moment bij de provincie Utrecht een aanvraag liggen voor een milieuvergunning voor een biomassawarmtecentrale op Lage Weide*. Dit is geen goed idee omdat dit niet zal leiden tot een reductie van de CO2 uitstoot.

In veel scenario’s voor een duurzame toekomst speelt biomassa een beperkte rol t.b.v. het transport, met name voor vliegverkeer en zwaar vrachtverkeer. Dat komt doordat er voor die toepassingen weinig alternatieven bestaan. In geen van de duurzame scenario’s voor een duurzame toekomst is echter ruimte voor het domweg verbranden van biomassa voor warmte. Dat wordt gezien als een té laagwaardige toepassing, daarvoor is biomassa te schaars en kleven er aan biomassa te veel nadelen. Bovendien zijn er voor duurzame warmte voldoende duurzame alternatieven. Dan is het vreemd dat dit college in haar ‘duiding’ aangeeft ruimte te willen scheppen voor uitgerekend de laagwaardige toepassing van biomassa.

Wat is er niet goed aan het gebruik van biomassa? Het stadsgesprek heeft zich uitgesproken tegen biomassa omdat biomassa concurreert met de productie van voedsel. Een nog veel groter nadeel is echter dat het geen reductie oplevert van CO2. In veel gevallen leidt het gebruik van biomassa zelfs tot een toename van de CO2-uitstoot. Grofweg zijn er drie scenario’s:

  1. Biomassa als landbouwproduct.
    Daarvan is het nadeel de concurrentie met voedsel.
  2. Biomassa in de vorm van gekapte bomen, bijvoorbeeld uit Canada.
    Die toepassing levert geen besparing maar juist extra uitstoot op van CO2. Want het duurt tot ver ná 2050 voordat die bomen weer zijn aangegroeid. In een scenario waarin de stad Utrecht versneld een bijdrage wil leveren aan het terugdringen van de CO2 uitstoot en in 2030 klimaatneutraal wil zijn, kan dat geen serieuze optie zijn.
  3. Het gebruik van snoeihout en allerlei ander organisch afval uit Nederland.
    Dat is de biomassa die Eneco wil gaan gebruiken. Het nadeel daarvan is dat die materialen nu al op allerlei manieren worden gebruikt. Nergens liggen die materialen nu immers op grote hopen weg te rotten, of het moet zijn voor bruikbare compost. Een deel van dit soort biomassa die Eneco wil gaan gebruiken wordt momenteel verbrand in andere biomassacentrales (in Duitsland) en in afvalverbrandingsinstallaties die elektriciteit leveren. Het gebruik van die biomassa betekent slechts verplaatsing naar een andere fabriek en levert geen enkele CO2-besparing op.
    Het overige deel van de biomassa worden op dit moment gebruikt om allerlei producten van te maken. Bij verbranding van de huidige grondstof moeten de fabrikanten op zoek naar alternatieven. Vaak zijn dit alternatieven met veel CO2 uitsloot. Denk aan de fossiele grondstof veen (voor het maken van tuinaarde), of denk aan aardgas en aardolie voor het maken van kunstmest (voor het vervangen van compost). Ook daardoor zal de biomassawarmtecentrale van Eneco voor het klimaat geen enkele winst opleveren.

Biomassa kan alleen CO2 winst opleveren als het niet nu reeds ergens groeit of al gebruikt wordt. Alleen nieuwe biomassa (op grond waar nu nog geen biomassa groeit) én waarvoor nu geen toepassing is, levert CO2-winst op. Zulke biomassa is er bijna niet. Wie toch op grote schaal biomassa gaat inzetten, zoals Utrecht misschien wil, zet slechts aan tot de uitputting van gronden en de vernietiging van biodiversiteit. De effecten van het gebruik van biomassa op grote schaal zijn wellicht erger dan de effecten van de opwarming van het klimaat

Wel een goed idee zou zijn een experiment zijn met diepe aardwarmte (geothermie). Daarmee bestaat in Nederland echter nog heel weinig ervaring, dus dat moet eerst worden uitgeprobeerd. Jammer dat dat nu juist niet in het plan is opgenomen.

Handhaving
De gemeente wil de wet milieubeheer beter gaan handhaven en op die manier energiebesparing afdwingen bij bedrijven. De gemeente zou dit al enkele jaren doen en dit al bij 500 bedrijven hebben gedaan en bij al die bedrijven zou dit hebben geleid tot aantoonbare energiebesparing. Het is jammer dan het college deze resultaten niet kwantificeert. Een WOB verzoek aan de gemeente over hun inspanningen op dit gebied heeft niets opgeleverd.

Elektrisch vervoer
Elektrisch vervoer is beter dan vervoer op diesel en benzine vanwege de luchtkwaliteit in de stad. Tot afname van de hoeveelheid broeikasgassen zal het echter niet leiden. Dat komt omdat de meeste stroom in Nederland nog steeds wordt opgewekt met fossiele brandstoffen en in toenemende mate met steenkool. Als iedereen elektrisch gaat rijden komt de optie kernenergie vanzelf dichterbij. Om het energiegebruik van het transport terug te dringen kan het college daarom beter het autoverkeer in de stad terugdringen. Minder autokilometers leiden namelijk altijd wél tot minder uitstoot.

Mobiliteit is een van de weinig onderwerpen waar het college veel kan doen en niet erg afhankelijk is van andere partijen. Maar juist op dat punt doet het college weinig. Integendeel. Een goede autobereikbaarheid van de binnenstad is voor dit college belangrijk, en om dat te bereiken zijn er de afgelopen jaren erg veel parkeergarages bijgebouwd. Die maken van de stad een spons die dagelijks steeds meer auto’s kan opnemen.

Waar het college naar mijn mening mee moet stoppen is het verbieden van bepaalde voortuigtypes. Dat is tot nu toe gebeurd voor vervuilende vrachtauto’s en met diesels van vóór 2001. Gesproken wordt nu over het verbieden van brommers en snorfietsen. In het energieplan staat een verbod op alle auto’s op benzine of diesel in het centrum van de stad. Dergelijke maatregelen leiden uitsluitend tot discriminatie van burgers met weinig geld en het beperken van de keuzevrijheid van burgers om zichzelf te verplaatsen op een door henzelf gekozen wijze. Dat zou wellicht te rechtvaardigen zijn als het zou leiden tot veel minder uitstoot (van NOx en CO2). Tot vermindering van de uitstoot leidt het echter helemaal niet omdat er naast het verbod voor bepaalde voortuigen er verder geen volumemaatregelen worden genomen. De genomen maatregelen scheppen daardoor ruimte voor meer (schonere) auto’s binnen dezelfde milieugebruiksruimte. Het blijft dan precies even vies en de CO2-uitstoot neemt zelfs flink toe. Wat wordt gebracht als milieumaatregel (de milieuzone) is feitelijk slechts een automobiliteitsbevorderde maatregel. Grappig genoeg gaat ook de bereikbaarheid er niet op vooruit.
Overigens zijn elektrische auto’s op dit moment vervuilender dan auto’s op benzine of diesel. Dat komt doordat de elektriciteit gemaakt wordt in kolencentrales. http://www.pnas.org/content/111/52/18490.full.pdf .
Elektrisch rijden kan in de toekomst natuurlijk op elektriciteit uit duurzame bronnen, maar dan zal je die omslag eerst moeten maken. Tot die tijd is elektrisch rijden een achteruitgang.

Zonnepanelen
Positief aan het energieplan is het stimuleren van zonnepanelen. Die moeten echter vooral op de daken komen te liggen. Zonneweides leiden tot verindustrialisering van het landschap en dat is zonde als niet eerst de daken zijn benut. Rondom Utrecht is niet veel groen en dat groen heeft een belangrijke functie voor recreatie en natuur. Groen moet daarom groen blijven. Zonneweides zijn leuk in landen waar het volgende dorp 25 km verderop ligt en niet zoals in Nederland 1,2 km verderop.

Windenergie
In Utrecht is geen ruimte voor windmolens. In geen enkele stad is ruimte voor windmolens. Windmolens horen thuis in gebieden waar weinig mensen wonen: op het platteland. Daar is meer wind en daar hebben minder mensen er last van. Ook op het platte land zullen mensen last hebben van windmolens maar dat kleine aantal kan over de streep getrokken worden door ze flink mee te laten profiteren van de opbrengsten. Het college kan op dit punt beter toegeven dat in het stadsgesprek zoveel voorwaarden zijn gesteld aan windmolens dat er in feite ‘nee’ is gezegd tegen windmolens. Er is in Nederland veel ruimte voor windmolens en ze moeten er ook komen maar niet in de meest dichtbevolkte gebieden.

* Daarin wil Eneco dus wél investeren maar dat komt omdat biomassa (onterecht) onder de SDE regeling valt en Eneco er subsidie voor krijgt.

Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *